Waor hèdde klachte?
Klik op `t pupke waor dè ge dènkt dèt de pijn zit !
De enkel
De enkel is het gewricht tussen het onderbeen en de achtervoet en wordt ook wel bovenste spronggewricht genoemd. Het gewricht tussen de twee achtervoetsbeenderen, het sprongbeen en het hielbeen wordt het onderste spronggewricht genoemd. Ter hoogte van de enkel (bovenste spronggewricht) kan de voet 20° omhoog worden getrokken en 30° in spitsstand worden gebracht. Ter hoogte van het onderste spronggewricht kan de voet 30° naar binnen worden gewend zodat men tegen de voetzool aankijkt en 20° naar buiten worden gewend.
Botstukken
Er zijn drie botstukken betrokken bij het enkelgewricht (bovenste spronggewricht). Het betreft hier twee botstukken in het onderbeen en &eactute;&eactute;n botstuk uit de achtervoet, het sprongbeen. Het onderbeen bestaat uit het scheenbeen en het kuitbeen. Het scheenbeen is groter en zwaarder dan het kuitbeen. Beide botstukken zijn evenlang maar het kuitbeen is ten opzichte van het scheenbeen 1 cm naar beneden verschoven. Het onderste gedeelte van het scheenbeen en het kuitbeen omvatten als het ware het bovenste gedeelte van het sprongbeen en wordt derhalve de enkelvork genoemd. De voet wordt onderverdeeld in de achtervoet, middenvoet en voorvoet. De achtervoet bestaat uit het sprongbeen en het hielbeen. De middenvoet bestaat uit de overige voetwortelbeenderen: het scheepvormig been, het dobbelsteenvormige been en de drie wigvormige benen. De voorvoet bestaat uit de middenvoetsbeentjes en de teenkootjes. Deze benoeming kan tot enige verwarring leiden omdat de middenvoetsbeentjes niet in de middenvoet maar in de voorvoet liggen. Het onderste spronggewricht wordt gevormd door drie gewrichtsvlakken onder het sprongbeen en drie gewrichtsvlakken aan de bovenzijde van het hielbeen.
Kraakbeen
De uiteinden van het scheenbeen, het kuitbeen en de bovenzijde van het sprongbeen zijn bekleed met kraakbeen. Kraakbeen is een goed verend weefsel. De totale dikte van het kraakbeen bij een volwassene bedraagt voor het enkelgewricht 4 mm. Ook de drie gewrichtsvlakken aan de onderzijde van het spronggewricht en de bovenzijde van het hielbeen zijn bedekt met kraakbeen. De totale dikte van dit kraakbeen bedraagt 3 mm. Kraakbeen bevat geen zenuwen en bloedvaten. De enkel (bovenste spronggewricht) en het onderste spronggewricht zijn omgeven door gewrichtskapsels.
Gewrichtsbanden
De gewrichten worden verstevigd met gewrichtsbanden die ligamenten worden genoemd. De banden bestaan uit lagen sterk bindweefsel. Het gewrichtskapsel van het enkel (bovenste spronggewricht) wordt aan de buiten- en binnenzijde versterkt door ligamenta. Aan de binnenzijde bevindt zich een ligamentum dat driehoekig van vorm is. Deze band is zo sterk dat bij een eventueel ongeval er eerder een botbreuk aan de binnenkant van het scheenbeen optreedt dan dat deze band scheurt. Aan de buitenzijde bevindt zich de buitenband die in feite uit drie bandjes bestaat. Het voorste en het achterste bandje loopt van de onderkant van het kuitbeen naar het sprongbeen en het middelste bandje loopt van de onderrand van het kuitbeen naar het hielbeen. Ook het gewrichtskapsel van het onderste spronggewricht wordt aan alle zijden versterkt door gewrichtsbanden.
Bron: orthopedie.nl
Botstukken

Er zijn drie botstukken betrokken bij het enkelgewricht (bovenste spronggewricht). Het betreft hier twee botstukken in het onderbeen en &eactute;&eactute;n botstuk uit de achtervoet, het sprongbeen. Het onderbeen bestaat uit het scheenbeen en het kuitbeen. Het scheenbeen is groter en zwaarder dan het kuitbeen. Beide botstukken zijn evenlang maar het kuitbeen is ten opzichte van het scheenbeen 1 cm naar beneden verschoven. Het onderste gedeelte van het scheenbeen en het kuitbeen omvatten als het ware het bovenste gedeelte van het sprongbeen en wordt derhalve de enkelvork genoemd. De voet wordt onderverdeeld in de achtervoet, middenvoet en voorvoet. De achtervoet bestaat uit het sprongbeen en het hielbeen. De middenvoet bestaat uit de overige voetwortelbeenderen: het scheepvormig been, het dobbelsteenvormige been en de drie wigvormige benen. De voorvoet bestaat uit de middenvoetsbeentjes en de teenkootjes. Deze benoeming kan tot enige verwarring leiden omdat de middenvoetsbeentjes niet in de middenvoet maar in de voorvoet liggen. Het onderste spronggewricht wordt gevormd door drie gewrichtsvlakken onder het sprongbeen en drie gewrichtsvlakken aan de bovenzijde van het hielbeen.
Kraakbeen
De uiteinden van het scheenbeen, het kuitbeen en de bovenzijde van het sprongbeen zijn bekleed met kraakbeen. Kraakbeen is een goed verend weefsel. De totale dikte van het kraakbeen bij een volwassene bedraagt voor het enkelgewricht 4 mm. Ook de drie gewrichtsvlakken aan de onderzijde van het spronggewricht en de bovenzijde van het hielbeen zijn bedekt met kraakbeen. De totale dikte van dit kraakbeen bedraagt 3 mm. Kraakbeen bevat geen zenuwen en bloedvaten. De enkel (bovenste spronggewricht) en het onderste spronggewricht zijn omgeven door gewrichtskapsels.
Gewrichtsbanden
De gewrichten worden verstevigd met gewrichtsbanden die ligamenten worden genoemd. De banden bestaan uit lagen sterk bindweefsel. Het gewrichtskapsel van het enkel (bovenste spronggewricht) wordt aan de buiten- en binnenzijde versterkt door ligamenta. Aan de binnenzijde bevindt zich een ligamentum dat driehoekig van vorm is. Deze band is zo sterk dat bij een eventueel ongeval er eerder een botbreuk aan de binnenkant van het scheenbeen optreedt dan dat deze band scheurt. Aan de buitenzijde bevindt zich de buitenband die in feite uit drie bandjes bestaat. Het voorste en het achterste bandje loopt van de onderkant van het kuitbeen naar het sprongbeen en het middelste bandje loopt van de onderrand van het kuitbeen naar het hielbeen. Ook het gewrichtskapsel van het onderste spronggewricht wordt aan alle zijden versterkt door gewrichtsbanden.
Bron: orthopedie.nl



